opvliegend

als woordenboektrefwoord:

opvliegend:
bn. (-er, -st), zeer driftig.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

opvliegend (bn):
cholerisch, driftig, heetgebakerd, prikkelbaar, vief

als synoniem van een ander trefwoord:

driftig (bn) :
cholerisch, heetgebakerd, heethoofdig, heftig, intensief, koleirig, kort aangebonden, kortaangebonden, levendig, onbesuisd, onstuimig, opgewonden, oplopend, opvliegend, toornig, vurig, warmbloedig, wild
prikkelbaar (bn) :
geprikkeld, heetgebakerd, irritabel, kittelorig, knorrig, korzelig, kregel, kregelig, kribbig, kriegel, krikkel, lichtgeraakt, ontvlambaar, opvliegend, sanguinisch, sensibel, susceptibel, wrevelig
bits (bn) :
bijtend, bitsig, kortaf, nijdig, onvriendelijk, opvliegend, pinnig, scherp, snauwerig, snibbig, spinnig, vinnig, wrevelig
heftig (bn) :
driftig, gewelddadig, hartstochtelijk, hectisch, heet, onstuimig, opvliegend, razend, verhit, violent, virulent, warm
agressief (bn) :
aanvallend, driftig, gewelddadig, kwaad, opvliegend, strijdbaar, boosaardig
kortaangebonden (bn) :
driftig, heetgebakerd, opvliegend, prikkelbaar
vief (bn) :
fel, onstuimig, opvliegend, vurig

woordverbanden van ‘opvliegend’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
boos, driftig, gebeten, oplopend, opvliegend, kwaad, nijdig, toornig, verbolgen, vertoornd, wrevelig

Boos — driftig — gebeten — oploopend — opvliegend — kwaad — nijdig — toornig — verbolgen — vertoornd — wrevelig. Deze woorden duiden de gemoedsstemming aan van iemand, die ongenoegen gevoelt over eene daad van een ander. Uit zich de verstoordheid niet rechtstreeks dan is men wrevelig. Wanneer men de woorden boos, gebeten, kwaad, nijdig of vertoornd gebruikt, heeft men den persoon op het oog, in wien men de oorzaak van zijn ongenoegen ziet; met driftig (zie Driftig), toornig en verbolgen heeft men meer het oog op de bewogen gemoedsstemming. Bij driftig is die snel opgekomen, maar spoedig weer voorbij; bij toornig uit de driftsvervoering zich naar buiten in daden of woorden, terwijl verbolgenheid eene hevige mate van toornig zijn uitdrukt. Boos heeft de minste kracht; gebeten en nijdig zijn sterker en kunnen van langeren duur zijn; aan beide is eigen een sterke lust om den tegenstander leed toe te brengen, welke lust bij kwaad, dat meer eene algemeene uiting, die ook anderen kan treffen, te kennen geeft, niet zoo sterk op den voorgrond slaat, en bij boos bijna geheel ontbreekt; vertoornd ziet op de hartstochtelijke uiting van het ongenoegen.

in hedendaagse spelling:
driftig, kittelorig, lichtgeraakt, oplopend, opvliegend, prikkelbaar

Driftig — kitteloorig — lichtgeraakt — oploopend — opvliegend — prikkelbaar. Zich gauw tot eene hartstochtelijke gemoedsbeweging latende vervoeren. De driftige heeft een hartstochtelijk temperament, en laat zich snel tot drift vervoeren, maar is onmiddellijk daarna weer alles vergeten. Oploopend, en in nog sterkere mate opvliegend geven te kennen, dat men een hartstochtelijk en strijdlustig karakter heeft, en bij de minste aanleiding in een heftige en snelle driftvervoering kan raken. Bij deze woorden staat meer het plotselinge en heftige der vervoering op den voorgrond, minder de aard der gemoedsbeweging. Kitteloorig is iemand, die een lastig, onaangenaam humeur heeft, en niets van anderen verdragen kan; bij de minste aanleiding wordt de kitteloorige boos, zonder als de driftige spoedig alles te vergeten. Lichtgeraakt is hetzelfde als kitteloorig, maar in minder sterke mate. Prikkelbaar is lichtgeraakt tengevolge van overgevoeligheid der zenuwen, of in 't algemeen tengevolge van een ziekelijken toestand van het lichaam.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
driftig, oplopend, opvliegend

118. Driftig — oploopend — opvliegend.

Spoedig zijn kalmte verliezend.

Driftig duidt aan, dat men licht in drift geraakt (zie Drift; de gemoedsbeweging is echter van geen langen duur.

Opvliegend en oploopend wijzen er op, dat men van nature geneigd is, spoedig in groote drift (d.i. toorn) te ontsteken; het is dus meer een karaktertrek. Hierbij heeft opvliegend meer kracht dan oploopend; vliegen is immers sterker dan loopen. Wie dus dikwijls en om geringe oorzaken driftig wordt, is oploop end of opvliegend.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
opvliegen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0023 c