vangen

als woordenboektrefwoord:

vangen:
(ving, gevangen), grijpen, vatten; pakken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

vangen (ww):
boeien, klissen, omstrikken, pakken, snappen, strikken, vatten, verstrengelen, verstrikken
vangen (ww):
bemachtigen, buitmaken, grijpen, opvangen
vangen (ww):
beetnemen, inpalmen, nemen, verschalken
vangen (ww):
beuren, krijgen, overhouden, verdienen
vangen (ww):
lijmen

als synoniem van een ander trefwoord:

arresteren (ww) :
aanhouden, gevangennemen, in de kraag grijpen, in hechtenis nemen, inrekenen, oppakken, pakken, vangen, vastzetten, vatten
bemachtigen (ww) :
gappen, in beslag nemen, in de wacht slepen, kopen, krijgen, opstrijken, vangen, zich meester maken van
pakken (ww) :
aanhouden, arresteren, betrappen, gevangennemen, inrekenen, snappen, vangen
opvangen (ww) :
meepikken, onderscheppen, ondervangen, oppikken, vangen
krijgen (ww) :
beuren, binnenkrijgen, incasseren, opstrijken, vangen
klissen (ww) :
aanhouden, betrappen, gevangennemen, vangen
vatten (ww) :
arresteren, gevangennemen, snappen, vangen
schieten (ww) :
doodschieten, raken, treffen, vangen
verdienen (ww) :
beuren, ontvangen, vangen, verwerven
snappen (ww) :
betrappen, grijpen, pakken, vangen
beetnemen (ww) :
vangen, vasthebben, vastkrijgen
scheppen (ww) :
onderscheppen, opvangen, vangen
grijpen (ww) :
vangen
strikken (ww) :
vangen
vastgrijpen (ww) :
vangen
verschalken (ww) :
vangen

woordverbanden van ‘vangen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
betrappen, verrassen, vangen, vatten

Betrappen — verrassen — vangen — vatten. Iemand, die iets kwaads gedaan heeft, in zijn macht krijgen. Betrappen is eigenlijk in de trappe of val loopen, en duidt dus een op listige wijze bemachtigen aan, op het oogenblik dat de daad gepleegd wordt. Verrassen geeft te kennen, dat men den kwaaddoener te vlug geweest is, zoodat hij niet heeft kunnen ontkomen. Vangen geeft te kennen, dat vóór het grijpen eenige poging om te ontkomen heeft plaats gehad, terwijl vatten de bloote daad van grijpen aanduidt. Eindelijk betrapte hij den dief. Wij hebben hem verrast; hij kon dus niet ontkennen. Ik ving den nachtelijken bezoeker nog net door hem bij een pand van zijne jas te grijpen. Door den dienaar der gerechtigheid is de booswicht gevat en in verzekerde bewaring gebracht.

in hedendaagse spelling:
grijpen, pakken, vangen, vatten

Grijpen — pakken — vangen — vatten. Iets 'met de hand bemachtigen. Vangen onderstelt, dat men op het voorwerp jacht heeft gemaakt; vatten en pakken, welk laatste woord meer in de spreek- dan in de schrijftaal gebruikt wordt, zien meer op de daad van het bemachtigen; grijpen onderstelt, dat men er zich van meester maakt door eene snelle beweging. Men vangt visschen en vogels met netten. Een dief wordt gegrepen, gevat en gepakt. De moeder val het kind bij de hand om het te beveiligen. Hij pakt wat hij krijgen kan. In hare ontsteltenis greep zij mij plotseling bij den arm.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
betrappen, vangen, vatten, verrassen

BETRAPPEN, VANGEN, VATTEN, VERRASSEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 328.

in hedendaagse spelling:
grijpen, vangen, vatten

GRIJPEN, VANGEN, VATTEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 222.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
vang

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0024 c