heilig

als woordenboektrefwoord:

heilig:
bn. (-er, -st), onbedorven ; rein ; edel; volmaakt; de Heilige Schrift, de boeken des O. en N.T.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

heilig (bn):
gewijd, hiƫratisch, priesterlijk, sacraal, sanctus, verboden, verheven, volmaakt, zonder zonde
heilig (bn):
ernstig, gemeend, onkreukbaar, onverbreekbaar, oprecht, plechtig, waarachtig
heilig (bn):
dierbaar, eerbiedig, eerbiedwaardig, onaantastbaar, taboe
heilig (bn):
braaf, deugdzaam, godvruchtig, vroom
heilig (bn):
gecanoniseerd

als synoniem van een ander trefwoord:

verheven (bn) :
doorluchtig, edel, goddelijk, groot, groots, heilig, hemels, hoog, hoogstaand, maestoso, majestatisch, majestueus, nobel, plechtig, schoon, statelijk, statig, subliem, voornaam
onkreukbaar (bn) :
correct, heilig, integer, onomkoopbaar, rechtschapen, strikt
godvruchtig (bn) :
godvrezend, heilig, religieus
gewijd (bn) :
geheiligd, heilig, sacraal
gemeend (bn) :
heilig, oprecht, serieus
zalig (bn) :
heilig

woordverbanden van ‘heilig’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

heilig, onschendbaar

Wat niet mag aangetast worden. Onschendbaar is hetgeen beschermd wordt door de menschelijke, heilig hetgeen beschermd wordt door de goddelijke wetten. De eed, de banden des bloeds moeten ons heilig zijn. In de constitutioneele monarchie is de koning onschendbaar.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, blz. 243:

heilig, deugdzaam

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, blz. 242:

heilig, onschendbaar

in Nederduitsche synonymen (1836), band 1, blz. 350:

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

heilig
onheilig, profaan

woorden met een verwante vorm:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c