ontzetting

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

ontzetting (zn):
consternatie, ontsteltenis, schrik, verbijstering, verschrikking, verslagenheid
ontzetting (zn):
afzetting

als synoniem van een ander trefwoord:

schrik (zn) :
beklemming, bekommering, bekommernis, benauwdheid, bezorgdheid, huivering, ijzing, ongerustheid, onrust, ontroering, ontsteltenis, ontzetting, opschudding, paniek, verbijstering, verontrusting, verschrikking
consternatie (zn) :
bedoening, beroering, commotie, confusie, deining, herrie, keet, ontsteltenis, ontzetting, opschudding, opwinding, schrik, sensatie, verwarring
verbijstering (zn) :
ontsteltenis, ontzetting, perplexiteit, schrik, verbluffing, verbouwereerdheid, verlegenheid, verstomming
ontsteltenis (zn) :
ontluistering, ontreddering, ontroering, ontzetting, schrik, verbijstering, verwarring
verschrikking (zn) :
ontzetting, schrik

woordverbanden van ‘ontzetting’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

schrik, ontzetting

Hevige ontroering bij het aanschouwen van iets beangstigends.

Schrik geeft meer de werking zelf aan, waarbij men bij 't zien of hooren als 't ware opspringt (schrikken = springen; vgl. schrikkeljaar, 't jaar, waarin door verschuiving van een dag in Februari, de Heiligedagen één dag verspringen). Men kan zich spoedig herstellen en zijn kalmte terugkrijgen.

Is de ontroering heviger, zoodat zij ons gemoed geheel vervult, dan spreekt men van ontzetting. (Zie stom.)

(Verandert door schrik of ontzetting ons gelaat, dan spreekt men van ontstellen.)

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, blz. 47:

ontzetting, schrik

in Nederduitsche synonymen (1836), band 1, blz. 126:

woorden met een verwante vorm:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0134 nc