gave

als woordenboektrefwoord:

gave:
v. (-n), talent.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gave (zn):
aanleg, begaafdheid, begiftiging, kunnen, predispositie, talent, vermogen
gave (zn):
cadeau, donatie, dotatie, geschenk, gift, present, schenking

als synoniem van een ander trefwoord:

geschenk (zn) :
aardigheid, attentie, cadeau, donatie, gave, gift, kleinigheid, present, presentje, schenking, verering
schenking (zn) :
bijdrage, cadeau, donatie, dotatie, gave, geschenk, gift, present, subsidie, toelage
talent (zn) :
aanleg, begaafdheid, bekwaamheid, gave, geschiktheid, kundigheid, predispositie
gift (zn) :
bijdrage, donatie, gave, geschenk, gratificatie, legaat, schenking
aanleg (zn) :
begaafdheid, gave, geschiktheid, talent
zegening (zn) :
gave, gift, gunst, voorspoed, weldaad
offer (zn) :
gave, gift, offerande, opoffering
bijdrage (zn) :
donatie, gave, gift, schenking
dotatie (zn) :
donatie, gave, gift, schenking
present (zn) :
cadeau, gave, geschenk, gift
aanleg (zn) :
gave, talent

woordverbanden van ‘gave’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
aanleg, bekwaamheid, geschiktheid, vatbaarheid, gave, begaafdheid, talent, vermogen

Aanleg — bekwaamheid — geschiktheid — vatbaarheid — gave — begaafdheid — talent — vermogen. De hoedanigheid, waardoor men geschikt is voor eene bepaalde bestemming. Aanleg drukt de natuurlijke gesteldheid uit, waardoor men voor iets geschikt kan worden. Geschiktheid drukt datzelfde uit, hetzij op een bepaald oogenblik, hetzij doorgaande, terwijl bekwaamheid ziet op de kundigheden, die iemand de geschiktheid geven. Vatbaarheid veronderstelt de eigenschap om op te nemen, wat van buiten af aangebracht wordt. Gave en begaafheid drukken datgene uit, hetwelk zonder ontwikkeling reeds waarde heeft, ofschoon het door ons toedoen in waarde kan vermeerderen. Een talent is eene groote begaafdheid in één richting, bepaaldelijk op het gebied van kunst of letteren. Vermogen is de van de natuur verkregen geschiktheid ten opzichte van eene bepaalde werking. Zijn gezichtsvermogen is zeer zwak. Vaak wordt het in hét meervoud gebezigd en staat dan voor verstandelijke vermogens. Een jongen met goede vermogens. Hij heeft aanleg om dik te worden. In zijne kindsheid toonde hij reeds veel aanleg om een dweeper te worden. Hij heeft veel geschiktheid voor dat ambt door zijne groote bekwaamheid in die vakken. Zijne vatbaarheid maakt, dat hij alles vlug begrijpt en in praktijk kan brengen. Hij bezat de gave der welsprekendheid. Hij onderscheidde zich van zijne medeleerlingen door zijne groote begaafdheid, en was later bekend door zijn talent als dichter.

in hedendaagse spelling:
gaaf, gave, aalmoes, geschenk, gift, liefdegave

Gaaf (gave) — aalmoes — geschenk — gift — liefdegave. Gave, is de algemeene uitdrukking, en beteekent alles wat gegeven wordt, zonder dat er door uitgedrukt wordt, of men er dank voor krijgt, of dien er, voor verwacht. Dit laatste is bij gift, geschenk het geval. Terwijl gift dit meer algemeen uitdrukt, is geschenk eene gift, die men geeft om genoegen te doen of eer te bewijzen. Waar men door te geven in den nood, of de behoefte van iemand voorziet, kan men zoowel gift als gave gebruiken. Gave is vooral eene gift uit liefde. Aalmoes, eigenlijk werk van barmhartigheid, is eene gift uit medelijden of barmhartigheid aan een arme geschonken; met het oog op de beweegreden wordt zulk een gift soms liefdegave genoemd. Door giften en gaven verstaat men allerhande dingen, die min of meer als liefdegave, als aalmoes, worden geschonken. Alle goede gave komt van boven. Eene huwelijksgift. Een verjaarsgeschenk. Hij leeft van giften en gaven, van zich zelf heeft hij niets.

Wat heeft zich menigwerf uw rijke gunst ontloken Voor mij in gift op gift!

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
gaaf, gave, gift, geschenk

GAAF, GAVE, GIFT, GESCHENK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 180.

in hedendaagse spelling:
geschenk, gift, gave, talent, vermogen, bekwaamheid, geschiktheid

GESCHENK, GIFT, GAVE, TALENT, VERMOGEN, BEKWAAMHEID, GESCHIKTHEID

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 28.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c