zitten

als woordenboektrefwoord:

zitten:
(zat, gezeten).

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zitten (ww):
bivakkeren, blijven, pozen, resideren, schuilen, uithangen, verblijven, verkeren, vertoeven, verwijlen, waren, wonen, zetelen, zich bevinden, zich ophouden, zich schuil houden, zijn
zitten (ww):
beoefenen, lid zijn van
zitten (ww):
gezeten zijn, hangen
zitten (ww):
passen, staan, voelen
zitten (ww):
neerzijgen
zitten (ww):
brommen
zitten (ww):
poseren

als synoniem van een ander trefwoord:

vertoeven (ww) :
bivakkeren, toeven, uithangen, verblijven, verwijlen, zich bevinden, zich ophouden, zijn, zitten
zijn (ww) :
aanwezig zijn, staan, uithangen, verkeren, vertoeven, verwijlen, zich bevinden, zitten
zich bevinden (ww) :
uithangen, verblijven, verkeren, vertoeven, verwijlen, zich ophouden, zijn, zitten
rusten (ww) :
achteroverleunen, bijkomen, liggen, pauzeren, slapen, uitrusten, verpozen, zitten
wonen (ww) :
gevestigd zijn, huizen, resideren, verblijven, vertoeven, zitten
zetelen (ww) :
gevestigd zijn, gezeten zijn, zitten
steken (ww) :
bevinden, vertoeven, zijn, zitten
plakken (ww) :
hangen, treuzelen, zitten
uithangen (ww) :
rondhangen, zijn, zitten
vallen (ww) :
hangen, passen, zitten
schuilen (ww) :
liggen, zitten
passen (ww) :
staan, zitten
brommen (ww) :
zitten

woordverbanden van ‘zitten’ grafisch weergegeven

zie ook:
achterna zitten, blijven zitten, dwars zitten, gaan zitten, in dubio zitten, strak zitten, zitten aan, zit, zitten

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c