bruikbaar

als woordenboektrefwoord:

bruikbaar:
bn. (-der, -st), geschikt om gebruikt te worden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bruikbaar (bn) :
geschikt, nuttig, behoorlijk, doelmatig, waardevol, handig, praktisch, toepasbaar, handelbaar, applicabel

als synoniem van een ander trefwoord:

nuttig (bn) :
leerzaam, voordelig, van dienst, bruikbaar, goed, productief, dienstbaar, praktisch, winstgevend, van nut, bevorderlijk, dienstig
goed (bn) :
geschikt, geldig, betrouwbaar, gepast, handig, bruikbaar, bevredigend, passend, degelijk, deugdelijk, solide, proper
handig (bn) :
geschikt, gemakkelijk, bruikbaar, praktisch, handzaam, makkelijk, handelbaar
toepasselijk (bn) :
geschikt, bruikbaar, passend, treffend, geëigend, welgekozen, toepasbaar
praktisch (bn) :
nuttig, doelmatig, handig, bruikbaar, functioneel, makkelijk, dienstig
dienstig (bn) :
nuttig, geschikt, van dienst, bruikbaar, praktisch, passend
geschikt (bn) :
doelmatig, handig, gemakkelijk, bruikbaar, dienstig
waardevol (bn) :
nuttig, belangrijk, bruikbaar, degelijk, valabel
functioneel (bn) :
zakelijk, geschikt, doelmatig, bruikbaar
constructief (bn) :
nuttig, bruikbaar, opbouwend, positief
behoorlijk (bn) :
geschikt, bruikbaar
handelbaar (bn) :
bruikbaar, handzaam

woordverbanden van ‘bruikbaar’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

bruikbaar, geschikt

Bruikbaar zegt minder dan geschikt. Het laatste onderstelt, dat een voorwerp bepaald met het oog op zekere verrichting vervaardigd is, het eerste, dat het er desnoods toe kan gebezigd worden. Een mes, eene schaar is bruikbaar om de kurk van eene flesch te verwijderen, doch de kurketrekker is daartoe het geschikte instrument. Figuurlijk bestaat er tusschen beide woorden hetzelfde onderscheid. Een geschikt mensch noemt men een zoodanig persoon, van wien men de zekerheid heeft, dat hij hetgeen hem wordt opgedragen goed zal verrichten; meestal staat hierbij het denkbeeld op den voorgrond, dat hij veel tact bezit om met menschen om te gaan. Een bruikbaar mensch is iemand, van wien men zich wel kan bedienen, ofschoon men zijne bekwaamheid of vaardigheid niet hoog aanslaat.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 418:

bruikbaar, geschikt

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bruikbaar
onbruikbaar

woorden met een verwante vorm:

zelfstandig naamwoord

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0036 c