Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


breed

als woordenboektrefwoord:

breed:
bn. bw. (breder, -st), het tegengestelde van smal.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

breed (bn):
ampel, overvloedig, royaal, ruim, ruimschoots, uitvoerig, veelomvattend, wijdlopig
breed (bn):
groot, uitgebreid, wijd

als synoniem van een ander trefwoord:

uitgebreid (bn) :
ampel, breed, breedvoerig, diepgaand, extensief, grondig, groot, langdurig, omstandig, omvangrijk, royaal, ruim, talrijk, uitgestrekt, uitvoerig, veelomvattend, veelzijdig, wijd, wijdlopig
uitvoerig (bn) :
ampel, breed, breedsprakig, breeduit, breedvoerig, diepgaand, gedetailleerd, grondig, in extenso, omstandig, omvangrijk, overvloedig, uitgebreid, wijd
ruim (bn) :
breed, gespatieerd, groot, luchtig, open, riant, royaal, uitgebreid, uitgestrekt, veelomvattend, vrij, wijd
weids (bn) :
breed, grandioos, groots, hoogdravend, luisterrijk, monumentaal, pompeus, pronkziek, ruim, weelderig
veelomvattend (bn) :
breed, diep, omvangrijk, ruim, uitgebreid, veelzijdig, verreikend
vierkant (bn) :
breed, geblokt, gedrongen, hoekig, plomp, potig, stevig
ampel (bn) :
breed, breedvoerig, omstandig, royaal, ruim
divers (bn) :
breed, verschillend, verscheiden
wijd (bn) :
breed, groot, ruim

woordverbanden van ‘breed’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
breed, onbekrompen, ruim, wijd

Breed — onbekrompen — ruim — wijd. Ruim en wijd duiden eene ruimte aan, waarin men zich goed roeren, gemakkelijk bewegen kan in alle richtingen; zij zeggen positief hetzelfde, wat onbekrompen negatief uitdrukt. Breed daarentegen geeft alleen ruimte te kennen ten opzichte van één der drie wiskunstige afmetingen. Eene ruime kamer; de wijde wereld; eene breede straat. Onbekrompen wordt veelal figuurlijk gebruikt in den zin van niet beperkt, niet kleingeestig. Eene onbekrompen denkwijze, een onbekrompen geest. Uit de beteekenis van niet beperkt ontwikkelde zich die van overvloedig: een onbekrompen disch, onbekrompen kunnen leven; verder die van vrijgevig, mild: een onbekrompen gastheer. Figuurlijk worden ruim en breed onder andere gebezigd in den zin van gegoed: het niet breed hebben, het niet ruim hebben; breed en wijd in dien van uitvoerig: alles lang en breed vertellen, iets wijd en breed uitmeten; ruim in dien van onbelemmerd: de handen ruim hebben; breed in dien van groot: eene breede lijst van misslagen, en van grof: er met de breede bijl op inhakken (roekeloos met iets omgaan of hard of grof te werk gaan).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
breed, ruim, wijd

50. Breed — ruim — wijd.

Het tegengestelde van bekrompen.

breed">Ruim wil zeggen, dat men zich naar alle zijden gemakkelijk kan bewegen, terwijl breed">breed dit alleen van één afmeting zegt. Een breede gang, een ruime kamer.

breed">Wijd geeft hetzelfde als breed aan, maar heeft de bijbeteekenis, dat er veel of zelfs te veel plaats is voor een of ander voorwerp: een wijde mouw, den havenmond verwijden.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
groot, breed, dik, gezet, lijvig, vet, grof, zwaar, wichtig, ergens op wegend

GROOT, BREED, DIK, GEZET, LIJVIG, VET, GROF, ZWAAR, WIGTIG, ERGENS OP WEGEND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 102.

in hedendaagse spelling:
omslachtig, wijdlopig, breed, breedvoerig, uitvoerig, omstandig

OMSLAGTIG, WIJDLOOPIG, BREED, BREEDVOERIG, UITVOERIG, OMSTANDIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 13.

in hedendaagse spelling:
ruim, breed, wijd, onbekrompen

RUIM, BREED, WIJD, ONBEKROMPEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 138.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

breed
bekrompen, eng, krap, nauw, smal
zie ook:
breed inzetbaar, breed opgezet

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0025 c