luister

als woordenboektrefwoord:

luister:
m. glans, schittering.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

luister (zn):
aanzien, eer, glorie, praal, pracht, rijkheid, roem, splendeur, staatsie, voortreffelijkheid, weelde
luister (zn):
flonkering, glans, gloor, nimbus, schittering, straling
luister (zn):
aanzien, glorie, roem

als synoniem van een ander trefwoord:

roem (zn) :
aanzien, befaamdheid, bekendheid, beroemdheid, celebriteit, eer, faam, gloria, glorie, grootheid, heerlijkheid, lof, luister, naam, renommee, roep, stralenkrans, verheerlijking, vermaardheid
pracht (zn) :
glans, grootheid, grootsheid, heerlijkheid, luister, luxe, parade, praal, pronk, rijkdom, schittering, schoonheid, splendeur, staatsie, uithaal, vertoon, weelderigheid
glans (zn) :
aanzien, glitter, gloed, gloor, glorie, heerlijkheid, luister, nimbus, praal, pracht, schijnsel, straal, straling, uitstraling, virtuositeit
aanzien (zn) :
achtbaarheid, achting, air, betekenis, eer, egard, gewicht, glans, grootheid, hoogachting, hoogheid, invloed, luister, prestige
praal (zn) :
glamour, glans, luister, parade, pracht, pronk, schittering, splendeur, staatsie, uithaal, vertoon
uithaal (zn) :
glamour, glans, luister, parade, praal, pracht, pronk, splendeur, vertoning, vertoon
heerlijkheid (zn) :
geluk, glans, gloria, glorie, luister, pracht, roem
schittering (zn) :
blink, fonkeling, glans, glitter, luister, pracht
majesteit (zn) :
grootsheid, luister, pracht
nimbus (zn) :
glans, luister
glorie (zn) :
luister
voortreffelijkheid (zn) :
luister

woordverbanden van ‘luister’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
eer, glorie, luister, naam, roem

Eer — glorie — luister — naam — roem. De waardeering die wij vinden, de lof dien wij inoogsten. Eer ziet op achting, die ons bij ons leven te beurt valt van de zijde onzer medeburgers: eer en aanzien waren daar zijn deel; naam ziet op de bekendheid (meer of minder algemeen, langer of korter van duur), die we onzen persoon weten te verzekeren; roem is de algemeene bekendheid, die steeds met lof en bewondering van iemand doet spreken, en die het gevolg is van grootsche daden en grootsche scheppingen; glorie en luister zien meer op den glans, dien de naam of de roem van iemand in de oogen van anderen heeft. De luister van zijn oud geslacht; de luister zijner daden. Ik heb Napoleon nog gekend in al zijne glorie. Leonidas verwierf zich bij Thermopylae een onvergankelijken roem. Naam wordt ook gebezigd in een kwaden zin. Een naam als Alva zich verwierf is weinig begeerenswaardig.

in hedendaagse spelling:
luister, praal, pracht, pronk

Luister — praal — pracht — pronk. Bij pracht staat het denkbeeld op den voorgrond van rijkdom met glans gepaard; luister geeft te kennen dat de glans van iets bewondering afdwingt. Bij praal denkt men meer aan het schitterend vertoon van iets; daardoor wordt het, evenals pronk, beschouwd als de uiting van ijdelheid. Pronk is eigenlijk die opschik, welke in het oog loopt, en van weinig smaak getuigt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
pracht, praal, pronk, luister

96. Pracht — praal — pronk — luister.

Uiterlijk vertoon van grootheid.

Bij pracht staat vooral het denkbeeld van rijkdom of kostbaarheid op den voorgrond. Het paleis wordt met groote pracht opnieuw gemeubeld. In dezen tuin vindt men een pracht van bloemen.

Luister geeft te kennen, dat de glans of schittering ieders bewondering afdwingt of (zooals bij eeremoniƫn) opzettelijk moet afdwingen. De generaal werd met grooten luister begraven.

Pronk is een opzienbarende vertooning van pracht of luister met het doel boven anderen te willen uitsteken; de pronkzuchtige wil bijv. zijn meerdere in uiterlijk vertoon nadoen, om evenzeer bewondering af te dwingen; het is derhalve een teeken van ijdelheid. Ik had niet gedacht, dat hij zoo op pronk gesteld was: ik hield hem altijd voor een nederig en eenvoudig man. Als voorwerpsnaam beteekent het meer sieraad: Dit gebouw is de pronk der stad.

Praal ziet vooral op uiterlijk vertoon; het is een luister, waaraan ijdelheid niet vreemd is. De altijd zoo ijdele familie liet zelfs dit ongelukkige kind met groote praal begraven.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
pracht, luister, pronk, staatsie, praal

PRACHT, LUISTER, PRONK, STAATSIE, PRAAL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 113.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0031 c