zielig

als woordenboektrefwoord:

zielig:
bn. treurig, deerniswaard.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zielig (bn):
arm, bedroevend, beklagenswaardig, deerniswekkend, meelijwekkend, mistroostig, stakkerig, treurig, troosteloos
zielig (bn):
bekrompen, kleinzielig
zielig (bn):
droevig, jammerlijk

als synoniem van een ander trefwoord:

triest (bn) :
akelig, bedroefd, bedroevend, desolaat, droef, droevig, ellendig, erbarmelijk, jammerlijk, koud, melancholiek, naar, naargeestig, ongelukkig, somber, tragisch, treurig, triestig, troosteloos, verdrietig, zielig
treurig (bn) :
akelig, armzalig, bedroevend, beklagenswaardig, beroerd, deerlijk, deerniswekkend, ellendig, erbarmelijk, godsjammerlijk, jammerlijk, lamentabel, miserabel, naar, noodlottig, tragisch, troosteloos, zielig
deerniswekkend (bn) :
armzalig, bedroevend, beklagenswaard, beklagenswaardig, deplorabel, deprimerend, droevig, ellendig, erbarmelijk, hartbrekend, hartverscheurend, meelijwekkend, mistroostig, treurig, triest, zielig
jammerlijk (bn) :
bedroevend, beklagenswaardig, beroerd, betreurenswaardig, deerlijk, deplorabel, droevig, ellendig, erbarmelijk, hartverscheurend, klaaglijk, miserabel, schabouwelijk, tragisch, treurig, zielig
beklagenswaardig (bn) :
deerniswaardig, deerniswekkend, deplorabel, erbarmelijk, jammerlijk, lamentabel, meelijwekkend, miserabel, treurig, zielig
armetierig (bn) :
armoedig, armzalig, benepen, miezerig, onaanzienlijk, onbetekenend, zielig
verlaten (bn) :
afgelegen, alleen, eendelijk, eenzaam, geïsoleerd, vereenzaamd, zielig
arm (bn) :
beklagenswaardig, deerniswekkend, ellendig, ongelukkig, zielig
sneu (bn) :
hard, jammer, teleurgesteld, teleurstellend, zielig
stumperig (bn) :
beklagenswaardig, zielig
beklagenswaardig (bn) :
zielig

woordverbanden van ‘zielig’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c