impuls

als woordenboektrefwoord:

impuls:
m. aandrift, drang.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

impuls (zn):
aandrang, aandrift, aandrijving, aansporing, prikkel, stimulans
impuls (zn):
behoefte, bevlieging, drang, gril, kuur, luim, nuk, opwelling

als synoniem van een ander trefwoord:

gril (zn) :
aandrift, bevlieging, bokkensprong, bui, caprice, fantasie, frats, grilligheid, grol, impuls, inval, kuur, luim, manie, nuk, opwelling, rage, stuip, toer, wispelturigheid
elan (zn) :
begeestering, bevlieging, bezieling, enthousiasme, flair, gedrevenheid, geestdrift, gloed, ijver, impuls, levendigheid, strijdlust, vaart, vervoering, vuur, zwier
drang (zn) :
aandrang, aandrift, begeerte, behoefte, dorst, druk, impuls, kracht, neiging, opwelling, pressie, verlangen
stimulans (zn) :
aanmoediging, aansporing, beweegreden, drijfveer, impuls, incentive, prikkel
aandrang (zn) :
aandrift, aanvechting, drang, drift, impuls, opwelling, verlangen
aansporing (zn) :
aandrang, impuls, prikkel, prikkeling, stimulans, stimulus, stoot
aandrift (zn) :
bevlieging, bezieling, elan, impuls
prikkel (zn) :
impuls, neiging, stimulus
behoefte (zn) :
impuls

woordverbanden van ‘impuls’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0015 c