begeerte

als woordenboektrefwoord:

begeerte:
v. (-n), verlangen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

begeerte (zn):
begeerlijkheid, begerigheid, belustheid, dorst, drang, gretigheid, honger, hunkering, libido, lust, neiging, smacht, verlangen, wens, zin, zucht

als synoniem van een ander trefwoord:

neiging (zn) :
aandrang, aandrift, begeerte, drang, genegenheid, geneigdheid, genie, inclinatie, liefhebberij, lust, overhelling, sentiment, tendens, toegenegenheid, trek, trend, vocatie, voorkeur, zin, zucht
hartstocht (zn) :
begeerte, drift, felheid, gedrevenheid, geestdrift, gepassioneerdheid, koorts, liefde, manie, onstuimigheid, opwinding, passie, verzotheid, vurigheid, vuur
lust (zn) :
aandrift, ambitie, animo, begeerte, drift, gading, genegenheid, geneigdheid, genie, goesting, libido, meug, neiging, trek, verlangen, vocatie, zin, zinnigheid
drift (zn) :
aandrift, begeerte, hartstocht, hevigheid, impetuositeit, neiging, onstuimigheid, opgewondenheid, opwinding, passie, vuur, zucht
zin (zn) :
animo, begeerte, gading, genoegen, gezindheid, goesting, liefhebberij, lust, meug, neiging, puf, smaak, trek, voorliefde, wens, wil
drang (zn) :
aandrang, aandrift, begeerte, behoefte, dorst, druk, impuls, kracht, neiging, opwelling, pressie, verlangen
wens (zn) :
begeerte, believen, betrachting, desideratum, hoop, verlangen, wil, zin, zucht
zucht (zn) :
begeerte, drift, liefhebberij, manie, neiging, streven, woede
wil (zn) :
bedoeling, begeerte, eis, verlangen, wens, wilsuiting, zin
verlangen (zn) :
begeerte, behoefte, drang, hoop, lust, wens, zucht
honger (zn) :
begeerte, reikhalzen, snakken, verlangen, zucht
verslaving (zn) :
begeerte, gewenning, hang, verslaafdheid, zucht
libido (zn) :
begeerte, geslachtsdrift, lust
zucht (zn) :
begeerte, dorst, verlangen
tocht (zn) :
begeerte, hartstocht

woordverbanden van ‘begeerte’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
begeerte, begeerlijkheid, dorst, lust, geneigdheid, neiging, verlangen, wens, trek, zucht

Begeerte — begeerlijkheid — dorst — lust — geneigdheid — neiging — verlangen — wensch — trek — zucht. Over wensch, verlangen, begeerte en dorst, substantiva bij de hiervoor genoemde werkwoorden behoorende, zie het voorgaande. Lust is eene begeerte, door welker verwezenlijking onze zinnen aangenaam worden aangedaan; zij veronderstelt het vooruitzicht van genot. Zucht is eene sterke, aanhoudende begeerte, waaraan eigenlijk iets ziekelijks eigen is. Begeerlijkheid duidt eene sterke begeerte aan, die niet binnen de perken blijft en daardoor laakbaar is; zij veronderstelt meest begeerte naar bezit. Begeerlijkheid en lust hebben ook eene actieve beteekenis, zie Begeerlijkheid. Trek is de lust om te voldoen aan hetgeen men begeert. Neiging is zwakker; het veronderstelt een licht overhellen, doch zonder bepaald bewustzijn van begeerte. Geneigdheid geeft het geneigd zijn tot iets te kennen, 't zij dat men dit van nature is, 't zij als gevolg van overleg.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
wil, begeerte, verlangen

WIL, BEGEERTE, VERLANGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 353.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

begeerte
afkeer

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c