zin

als woordenboektrefwoord:

zin:
m. (-nen), volzin.
zin:
m. (-nen), vermogen om gewaar te worden : de mens heeft 5 zinnen; van zijn zinnen, bewusteloos ; ook : gek; zintuig.
zin:
m. (-nen), verstand; wil; lust, begeerte.
zin:
m. betekenis : de zin voelen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zin (zn) :
smaak, wens, trek, voorliefde, wil, lust, neiging, genoegen, liefhebberij, puf, begeerte, animo, gezindheid, gading, meug, goesting
zin (zn) :
doel, plan, bedoeling, opzet, betekenis, inhoud, nut, intentie, ratio, bestaansreden, portee
zin (zn) :
gevoel, verstand, mening, inzicht, begrip
zin (zn) :
regel, zinsnede, volzin, frase
zin (zn) :
humeur, stemming
zin (zn) :
zintuig

als synoniem van een ander trefwoord:

mening (zn) :
kijk, gedacht, inzien, visie, oordeel, overtuiging, opvatting, denkbeeld, zin, standpunt, idee, gedachte, inzicht, geest, denkwijze, zienswijze, opinie, gezindheid, dunk, convictie, gevoelen, denkwijs, stellingname
neiging (zn) :
trek, zucht, voorkeur, genie, zin, lust, drang, liefhebberij, sentiment, genegenheid, trend, begeerte, aandrang, tendens, aandrift, overhelling, geneigdheid, toegenegenheid, vocatie, inclinatie
betekenis (zn) :
belang, aanzien, zin, relevantie, inhoud, waarde, strekking, gewicht, zwaarte, significantie, draagwijdte, belangrijkheid, significatie, bruikbaarheid, importantie, gewichtigheid, portee
verstand (zn) :
intelligentie, zin, brein, inzicht, geest, benul, intellect, rede, wijsheid, hersens, begrip, notie, ratio, bevatting, kruim, begaafdheid, bevattingsvermogen, denkvermogen, geestvermogen
inzicht (zn) :
kijk, visie, onderscheid, overtuiging, opvatting, zin, zicht, verstand, mening, blik, benul, beschouwing, hersens, begrip, besef, notie, erkentenis, doorzicht, prudentie, denkwijs
lust (zn) :
trek, genie, zin, verlangen, ambitie, neiging, genegenheid, drift, begeerte, animo, libido, gading, meug, aandrift, goesting, geneigdheid, zinnigheid, vocatie
begeerte (zn) :
zucht, wens, zin, dorst, honger, verlangen, lust, gretigheid, neiging, drang, smacht, hunkering, libido, belustheid, begerigheid, begeerlijkheid
animo (zn) :
belangstelling, enthousiasme, vuur, zin, lust, gretigheid, bezieling, geestdrift, happigheid, bereidwilligheid, begerigheid, aviditeit
geest (zn) :
zin, verstand, brein, intellect, rede, spiritus, hersens, ratio, vernuft, psyche, spirit, esprit, geestgrond, geestvermogen, denkvermogen
doelwit (zn) :
doel, plan, bestemming, bedoeling, mikpunt, doelstelling, zin, objectief, oogwit, focus, richtpunt, bijt, doeleinde, oogmerk, finaliteit
inhoud (zn) :
boodschap, bedoeling, leerstof, zin, onderwerp, betekenis, stof, strekking, thema, materie, teneur, significatie, kerngedachte, portee
gevoel (zn) :
hart, stemming, zin, sentiment, ontroering, sensibiliteit, gemoed, gezindheid, gevoelen, affect, gemoedsbeweging, gemoedsaandoening
uitdrukking (zn) :
zin, gezegde, formulering, uiting, zegswijze, frase, verwoording, spreekwijze, locutie, dictum
nut (zn) :
voordeel, zin, pluspunt, waarde, profijt, heil, baat, utiliteit, nuttigheid, bruikbaarheid
plan (zn) :
voornemen, doel, bedoeling, strategie, zin, voorstel, idee, planning, project, intentie
wens (zn) :
zucht, zin, verlangen, wil, hoop, begeerte, believen, betrachting, desideratum
behoefte (zn) :
zin, verlangen, drang, drijfveer, opwelling, aandrang, animo, aanvechting
intentie (zn) :
plan, voornemen, doel, bedoeling, opzet, zin, inzicht, oogmerk
doel (zn) :
opzet, zin, objectief, betekenis, nut, doeleinde, intentie
frase (zn) :
zin, uitdrukking, wijze van spreken, volzin, spreekwijze
wil (zn) :
wens, bedoeling, zin, verlangen, eis, begeerte, wilsuiting
stemming (zn) :
zin, klimaat, sfeer, toon, atmosfeer, ambiance, tendens
trek (zn) :
zin, verlangen, lust, eetlust, neiging, puf, goesting
voorliefde (zn) :
voorkeur, zin, zwak, neiging, hang, preferentie
bedoeling (zn) :
zin, betekenis, strekking, significatie
liefhebberij (zn) :
plezier, zin, genot, lust, neiging, animo
gezindheid (zn) :
zin, aanleg, lust, neiging
gading (zn) :
zin, lust, genoegen
smaak (zn) :
trek, zin, lust
pointe (zn) :
zin, clou
regel (zn) :
zin

woordverbanden van ‘zin’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Het door een woord of teeken uitgedrukte begrip. Eigenlijk ziet beteekenis meer op de verklaring van het gebruikte teeken, zin op het er aan verbonden begrip, doch in het gebruik wordt er weinig onderscheid tusschen beide woorden gemaakt. Indien men een onderscheid tusschen beteekenis en zin wil aannemen, dan kan men zeggen, dat beteekenis ziet op het begrip, dat het woord volgens zijne afleiding of samenstelling moet uitdrukken, zin op het begrip, dat er in een bepaald geval door het gebruik in gelegd wordt. Door eene aanhoudende verkeerde toepassing kan zelfs de beteekenis van een woord ten slotte gewijzigd worden. Dit is onder andere het geval geweest met het woord berucht, dat eigenlijk iets als algemeen bekend aanduidt, en nog bij de Groot en Vondel in eene goede opvatting, in die van vermaard voorkomt. Ook bij andere zaken dan bij een woord kan van beteekenis en zin gesproken worden. Vraagt men naar de beteekenis van een volzin, dan moet de inhoud met andere woorden juist teruggegeven worden; vraagt men naar den zin ervan, dan veronderstelt men dat er eene verholen gedachte in schuilt.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

zin
bezwaar, flauwekul, nadeel, nonsens, onzin

woorden met een verwante vorm:

bijvoeglijk naamwoord
werkwoord

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0045 c