omvang

als woordenboektrefwoord:

omvang:
m. omtrek, grootte, uitgestrektheid.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

omvang (zn):
afmeting, dikte, extensie, grootte, maat, omtrek, sfeer, uitgebreidheid, uitgestrektheid, volume, wijdte
omvang (zn):
uitgestrektheid

als synoniem van een ander trefwoord:

gebied (zn) :
areaal, contrei, contreien, district, domein, gewest, gouw, invloedssfeer, land, landschap, landstreek, omgeving, omvang, rayon, regio, revier, rijk, staat, streek, terrein, territorium, zone
maat (zn) :
afmeting, dimensie, formaat, gehalte, graad, grootte, hoeveelheid, inhoud, kwantiteit, mate, omvang, slag, uitgebreidheid, verhouding, verhoudingen, proportie
verhouding (zn) :
afmeting, dimensie, evenredigheid, grootte, maat, omvang, proportie, ratio, reden, schaal, uitgebreidheid
mate (zn) :
gehalte, graad, grootheid, hoeveelheid, kwantiteit, maat, niveau, omvang, peil, rang, trap
grootte (zn) :
afmeting, breedte, dikte, formaat, hoogte, inhoud, lengte, maat, omvang, oppervlakte
dimensie (zn) :
afmeting, breedte, grootte, hoogte, maat, omvang, proportie, strekking, verhouding
afmeting (zn) :
breedte, dimensie, formaat, grootte, hoogte, lengte, maat, omvang, proportie
wijdte (zn) :
breedte, omtrek, omvang, ruimte, spatting, uitgestrektheid, wijdheid
ruimte (zn) :
breedte, grootte, omvang, uitgebreidheid, uitgestrektheid, wijdte
sfeer (zn) :
ambiance, atmosfeer, geest, omvang, stemming, uitstraling
inhoud (zn) :
afmeting, capaciteit, grootte, hoeveelheid, maat, omvang
uitgebreidheid (zn) :
breedvoerigheid, omvang, uitvoerigheid, wijdlopigheid
graad (zn) :
klasse, mate, omvang, rang, stadium, trap
formaat (zn) :
afmeting, belang, grootte, maat, omvang
zwaarte (zn) :
dikte, omvang, sterkte, stevigheid
proportie (zn) :
afmeting, formaat, grootte, omvang
uitgestrektheid (zn) :
omvang, uitgebreidheid, wijdte
kaliber (zn) :
formaat, grootte, omvang
uitgestrektheid (zn) :
extensie, omvang
uitgebreidheid (zn) :
grootte, omvang
omtrek (zn) :
omvang

woordverbanden van ‘omvang’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
omtrek, omvang

Omtrek — omvang. Beide woorden duiden de grenzen aan, waarbinnen eene ruimte of een voorwerp besloten is, maar terwijl omtrek in den regel alleen van vlakke afmetingen gebezigd wordt, ziet omvang op alle afmetingen. Het heeft altijd het bijdenkbeeld dat de uitgestrektheid vrij groot is. Een werk van grooten omvang. De omtrek van eene figuur.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
omvang, omtrek

OMVANG, OMTREK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 18.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
geringe omvang

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0016 c