vat

als woordenboektrefwoord:

vat:
o. (-en), ton, kuip. vaatje, o. (-s).
vat:
m. greep, handvat.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

vat (zn):
greep, handvat, heft, houder, houvast
vat (zn):
barrel, fust, kuip, tobbe, ton
vat (zn):
greep, grip, houvast, invloed
vat (zn):
bloedvat, buis, kanaal

als synoniem van een ander trefwoord:

invloed (zn) :
autoriteit, druk, effect, gewicht, gezag, greep, inwerking, macht, overwicht, stimulans, uitwerking, vat, zeggenschap
houvast (zn) :
aanknopingspunt, greep, grip, ruggensteun, steun, steunpunt, vastigheid, vat
kom (zn) :
bak, bakje, bassin, kop, nap, schaal, schotel, tas, vat
greep (zn) :
beheersing, controle, grip, houvast, macht, vat
kolf (zn) :
erlenmeyer, fles, recipiënt, retort, vat
container (zn) :
bak, reservoir, vat
schotel (zn) :
kom, schaal, vat
kuip (zn) :
tobbe, ton, vat
tap (zn) :
tapkraan, vat
fust (zn) :
ton, vat

woordverbanden van ‘vat’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
ton, vat

Ton — vat. Geen begrip is misschien ruimer dan het begrip vat, dat de ongelijkslachtigste dingen binnen zijne grenzen heeft toegelaten, onder deze ééne voorwaarde, dat zij iets inhouden kunnen. De vaten (borden, schotels, enz.) wasschen. Een wijnvat, reukvat, wierookvat, koelvat, zoutvat, botervat, melkvat, de bloedvaten, enz. Figuurlijk: Vrouwen zijn zwakke vaten; uitverkoren vaten d. w. z. geliefde personen, of menschen tot groote doeleinden bestemd. Een gekuipt houten vat van duizend kilogram inhoudsmaat droeg den naam van ton. Thans wordt het in dezen zin nog als scheepsterm gebruikt. Sommige vaten, in de huishouding in gebruik, noemt men meestal tonnen z. a. de zuurkooltonnen. De pekelton. Soms worden ton en vat voor elkander gebruikt: men kan. b.v. spreken van eene bierton en van een biervat; niet echter van een wijnton.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
vat, ton

VAT, TON

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 216.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0016 c