gevolg

als woordenboektrefwoord:

gevolg:
o. (-en), stoet van volgelingen ; voortgang ; resultaat.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gevolg (zn):
antwoord, consequentie, effect, invloed, kracht, nasleep, nawerking, opbrengst, repercussie, resultaat, uitkomst, uitslag, uitvloeisel, uitvoering, uitwerking, uitwerksel, voortvloeisel, weerslag, werking
gevolg (zn):
cort├Ęge, entourage, geleide, hofhouding, hofstoet, kring, stoet, suite, volgelingen
gevolg (zn):
tengevolge
gevolg (zn):
aanhang

als synoniem van een ander trefwoord:

uitkomst (zn) :
afloop, bevinding, conclusie, effect, eind, einde, facit, gevolg, oplossing, output, rendement, resultaat, slot, slotsom, totaal, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, voortvloeisel, vrucht, werkzaamheid
uitwerking (zn) :
afloop, bewerking, effect, extensie, gevolg, invloed, kracht, oppuntstelling, resultaat, uitkomst, uitslag, uitwerksel, voortvloeisel, werking, werkzaamheid
antwoord (zn) :
beantwoording, bericht, bescheid, beslissing, gevolg, oplossing, reactie, repliek, respons, response, responsie, sjoechem, uitsluitsel, weerwoord
resultaat (zn) :
afloop, bevinding, consequentie, effect, einduitkomst, gevolg, uitkomst, uitslag, uitwerking, uitwerksel, voortbrengsel, voortvloeisel
werking (zn) :
effect, functie, gevolg, impact, invloed, resultaat, uitvloeisel, uitwerking, voortvloeisel
consequentie (zn) :
gevolg, implicatie, napijn, resultaat, uitvloeisel, voortvloeisel
weerslag (zn) :
gevolg, reactie, repercussie, terugslag, terugwerking, weerbots
effect (zn) :
gevolg, kracht, resultaat, uitvloeisel, uitwerking, werking
stoet (zn) :
gevolg, omgang, optocht, processie, rij, sleep, suite, trein
terugslag (zn) :
gevolg, reactie, repercussie, weerbots, weerslag
aanhang (zn) :
consorten, fractie, gevolg, partij, volgelingen
uitslag (zn) :
afloop, gevolg, resultaat, uitkomst, uitloop
invloed (zn) :
draagwijdte, gevolg, uitwerking, werking
kring (zn) :
bond, gevolg, gezelschap, ressort, troep
hof (zn) :
gevolg, hofhouding

woordverbanden van ‘gevolg’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
gevolg, nasleep

Gevolg — nasleep. Gevolg kan van een enkel geval gezegd worden. Door nasleep verstaat men eene reeks van meestal treurige gevolgen. Met al den nasleep van dien beteekent: met al wat er uit volgt. De expeditie naar Mexico had voor de Franschen een droevigen nasleep.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
nagevolg, gevolg, nasleep

NAGEVOLG, GEVOLG, NASLEEP

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 466.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

gevolg
oorzaak, reden
zie ook:
als gevolg, als gevolg van, gevolg trekken, met goed gevolg, nadelig gevolg, tot gevolg hebben

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0015 c